De bron van de Zilverbeek, de ‘Oorsprong’, lag ver van het huis, in het zuidelijkste deel van het landgoed.
Hier had Hendrik Frans van Meurs heidegrond ontgonnen tot naaldbos, dat in de volksmond de naam het ‘Dennenbosch van Van Meurs’ kreeg.
De Zilverbeek kende vanaf de bron diverse scherpe bochten, doordat deze was uitgegraven parallel aan het oorspronkelijke zigzagtracé van de Oudeweg, zuidwestwaarts om een bestaand bouwland (dat vermoedelijk pas later eigendom van Van Meurs werd).
Ten noorden van dit bouwland was een extra sprengkop gegraven. Deze plek, met een brugje over de beek, werd de ‘Zwitserse Partij’ of ‘Schaapskolk’ genoemd, vermoedelijk vanwege de nabijheid van een schaapskooi.
Daar waar de sprengbeek de Oudeweg kruiste, was een brug aangelegd.
Vanaf dat punt was er een fraai uitzicht over de tot vijver verbrede beek (‘water tot vermaak’) richting huize Hulshorst.
Nu is dat het Koetshuis.
De ‘Goudvissenkom’, is een nagenoeg ronde vijver wat eigenlijk het einde van de Zilverbeek is, vlak naast de Harderwijkerweg.
De “Zwemkom”, ook wel “Ezelskerkhof genoemd, ïs een markante kuil met omwalling in een scherpe bocht van de Zilverbeek. Op deze plek bevinden zich in de oevers resten van bakstenen muurtjes, restanten van een vroeger badhuis, als je heel goed kijkt kun je er op de foto nog iets van zien, maar is moeilijk.
Het genoemde ‘badhuis’ betrof een hokje boven de beek in het bos ten noorden van het herenhuis.
Ter plekke kon water worden verwarmd in een koperen ketel.



















