
Huize Hulshorst rond het jaar 1900. Daniel van Meurs was toen de eigenaar en is in 1902 overleden.
De erfgename was Antonia Elisabeth Maria barones van Isselmuden.
Na de verbouwing in 1902 is er een 2e verdieping bovenop gekomen met een bordes.
Na deze verbouwing werd het ook wel “Kasteel Hulshorst” genoemd.
Het gezin van Voorst van Beest – van Isselmuden bleef in Rotterdam wonen en gebruikte het landgoed als zomerverblijf.
Huize Hulshorst werd dan ook nooit voorzien van waterleiding, verwarming, gas of elektriciteit. Wel werden het huis en koetshuis verbouwd en vergroot.
Het landgoed werd een geliefd recreatiegebied, met name voor de directe omgeving. Naast de openstelling voor wandelaars, kreeg de plaatselijke tennisvereniging toestemming om gebruik te maken van de tennisbaan. En in de winter van 1940 werd op de vijver voor het huis een ijsbaan ingericht: “Op initiatief van de alhier bestaande tennisclub werd een ijsclub opgericht. Het kreeg de beschikking over den vijver van huize “Hulshorst” en richtte ze tot een ijsbaan in. Gelden werden verzameld voor verlichting deze baan. Ze is zeer mooi en er wordt dan ook druk gebruik van gemaakt.
In de loop der jaren verbleef de familie van Voorst van Beest – van Isselmuden steeds minder frequent op het landgoed. Uiteindelijk werd in het najaar van 1933 overgegaan tot veiling van de inboedel, waarna Huize Hulshorst feitelijk leeg kwam te staan.
Naar verluid vanwege de dreigende in beslag name door de Duitse bezetter, besloot barones Van Voorst van Beest – van Isselmuden medio 1940 om het huis, dat ernstige gebreken vertoonde, af te breken. Op de plek van het afgebroken huis werden naderhand bomen aangeplant.
De vroegst bekende registratie met betrekking tot Hulshorst betreft het huwelijk van Jacoba van Speulde, erfdochter van Hulshorst, met Joseph van Arnhem in 1541. Hun zoon Paul van Arnhem bouwde tussen 1586 en 1595 het eerst bekende huis van Hulshorst. Er bestaat een tekening uit 1718 van een kasteelachtig gebouw genaamd Hulshorst. Deze tekening bevindt zich in het gemeentearchief van Rotterdam.
Een kleindochter van jonker Paul trouwde in 1654 met Alexander, rijksvrijheer van Spaen en Moyland. Een jongere tak van deze familie treffen wij in de tweede helft van de achttiende eeuw aan als Heren van Hulshorst en Ambtsjonker van Ermelo. De laatste Van Spaen, heer van Hulshorst, 1781 – 1837, woonde op de Schouwenburg bij Elburg.
Het huis Hulshorst wordt na 1813 door de familie Van Spaen verkocht aan Mr. Hendrik Frans van Meurs,1780 – 1864. Mr. Van Meurs was notaris en burgemeester te Harderwijk, alwaar hij aan de Donkerstraat woonde.
Huize Hulshorst werd door Mr. van Meurs voorzien van een nieuw voorstuk zodat hij over een mooi buitenverblijf beschikte. De tuinen die tot dan toe het model hadden van een rechtlijnige achttiende-eeuwse tuin veranderde hij in de engelse landschapsstijl. Hij omringde het huis met gemengde boompartijen en open stukken.
In 1828 droeg het rijk de woeste heidevelden op de Veluwe over aan verschillende gemeente- besturen. Deze bleken niet in staat tot goede exploitatie of ontginning, zodat zij zich tot grootgrondbezitters wendden. In 1854 werd door de gemeente Ermelo 750 Ha. heide en zand verkocht. Hendrik Frans Van Meurs kon toen zijn landgoed uitbreiden in oostelijke richting. De bebossing werd toen verder voortgezet.
Daniel van Meurs, 1821 – 1902, volgde in Harderwijk zijn vader op als burgemeester. Bij een wandeling op het Hulshorsterzand “zakte” hij met zijn wandelstok in de grond en ontdekte hier aldus een waterbron. Deze bron werd verder uitgegraven en met een kunstmatig beekje verbonden met de nieuwe vijver voor Huize Hulshorst.
Rond 1860 begon de aanleg van de spoorlijn langs de Veluwe. Ten behoeve van deze lijn werd grond verkocht aan de spoorwegen. Het stationnetje Hulshorst werd in 1863 gebouwd op grond die oorspronkelijk bij Kasteel de Essenburg hoorde. Bij de verkoop van de grond in 1862 is in een servituut vastgelegd dat de trein 4x daags hier zou stoppen, tweemaal op en tweemaal af.
Daniel van Meurs overleed ongehuwd in 1902. Zijn zuster Mevrouw A.E.Barchman Wuytiers- van Meurs was reeds in 1893 overleden. Sinds 1878 zorgde zij als weduwe voor haar vijf kleinkinderen. Deze kinderen Van Isselmuden, in de leeftijd van 3 tot 12 jaar, verloren al vroeg beide ouders. In de zomer woonden zij op Huize Hulshorst, ’s winters in Utrecht.
In 1902 moest het landgoed onder de vijf kinderen en andere neefjes en nichtjes worden verdeeld. Het werd een moeilijke, langdurige en ingewikkelde zaak. In 1904 werd het huis met de boerderij in het Leeuwerikse Bos uit de nalatenschap gekocht door het oudste kleinkind van Isselmuden, mevrouw A.E.M. van Voorst van Beest – van Isselmuden. Dit bezit behield zij tot 1952.
In 1941 toonden de Duitsers belangstelling voor het grote vrij liggende huis. Daar het huis weinig comfort kende en de Duitse dreiging toenam besloot mevrouw van Voorst van Beest- van Isselmuden het grote huis af te breken en met gebruik van de oude materialen een nieuw huis te bouwen.
Het nieuwe “ Huize Hulshorst “ werd gebouwd op een perceel grond langs de bestaande oprit maar dichter bij het station. Mevrouw van Voorst van Beest overleed in 1952. Het grootste deel van het landgoed werd in 1954 verkocht aan de gemeente Ermelo, precies honderd jaar nadat de uitbreiding plaatsvond.
Vanaf 1952 bewoonde de jongste zuster, G.A.Besier – van Isselmuden, Huize Hulshorst. Zij was in 1904 in Hulshorst in het huwelijk getreden met Mr. L.Ch. Besier. In 1967 overleed zij in Huize Hulshorst. Het huis werd toen verkocht aan haar dochter mevrouw G.A. Vixseboxse – Besier.
Tot op heden is zij de bewoonster van het huis. Uit oogpunt van behoud, van het laatste deel van de oude buitenplaats in de familie, is Huize Hulshorst in 1994 verkocht aan B.H.A.Besier, kleinzoon van G.A.Besier – van Isselmuden.
Om Huize Hulshorst en het omliggende terrein beter te kunnen beheren en te beschermen tegen ontwikkelingen in de directe omgeving is de tuin met bijbehorend bos onlangs, in 2004, uitgebreid.
De totale grond bij Huize Hulshorst bedraagt nu acht hectaren waarvan de aangelegde tuin 1,5 hectare beslaat. Het terrein kan nu, inclusief opstallen, worden gerangschikt in de Natuurschoonwet. Nu kan met deze rangschikking het voortbestaan worden gewaarborgd.
B.H.A.Besier









